KRISTA


Toen ik zwanger was wist ik het wel: ik zag een zo natuurlijk mogelijke bevalling voor me – inclusief bevalbad, kaarsjes en een met zorg samengestelde playlist – en daarna wilde ik dan ook heel graag borstvoeding gaan geven. Als dat lukt, voegde ik er altijd aan toe, want ik wilde uiteraard niets jinxen. Ik las me in en keek ernaar uit: ons eerste kindje!
Na 41.5 maand werd Hanne geboren. In het ziekenhuis, met een knip. Ik had al een aantal dagen regelmatige weeën gehad en was op dat moment allang blij dat ze er eindelijk was. Helaas bleek mijn bevalling pas het begin van ons ziekenhuisavontuur. Bij de geboorte ademde Hanne meconiumhoudend vruchtwater in en ontwikkelde MAS: Meconium Aspiration Syndrome. Dit zorgde onder andere voor een fikse longontsteking, en zo belandde ons piepkleine meisje op de neonatologie. Hier lag zij onder totale anesthesie, volledig stil aan de beademing. Ook kreeg ze een sonde. En kunstvoeding. Toen ik na de bevalling zonder kindje op de kraamafdeling terecht kwam fluisterde een meelevende schat van een verpleegkundige: “Als je borstvoeding wil gaan geven moet je eigenlijk nu wel beginnen met kolven.”
Het was 04:00 uur in de ochtend en ik had na pak ‘m beet 3 dagen bevallen geen baby in mijn armen. Ik had 1.7 liter bloed verloren tijdens de bevalling én had mijn eerste ambulanceritje ooit gemaakt. En toch: daar gingen we.
Ik maakte kennis met het eentonige doch ergens ook troostrijke gezoem van de toepasselijk genaamde Medela Symphony. Elke 3 uur kolven. De colostrum opzuigen met een spuitje. En elke keer als het weer ietsjes meer was vol trots in de rolstoel (met geïmproviseerd kussen op de zitting en met een zelfbedacht ophangsysteem voor mijn katheterzak…) op naar de neonatologie, waar de melk vol blijdschap in ontvangst genomen werd! Iedereen steunde me enorm, en al na 2 dagen kon Hanne volledig gevoed worden met mijn eigen voeding.
Ik was zo trots, en tegelijkertijd voelde ik me ook wanhopig: dit was het enige wat ik voor haar kon doen. Was het wel goed genoeg? De verpleegkundigen drukte me telkens weer op het hart dat ik het fantastisch deed. Dat hielp.
In de nachten strompelde ik over de verlaten gangen van het ziekenhuis om die vermaledijde Symphony weer van stal te trekken. Ik zat dan midden in de nacht vaak huilend te kolven, met warme doeken onder mijn shirt om de toeschietreflex op te wekken. Mijn man maakte speciaal voor dit doel een filmpje van ons kindje, wat ik keer op keer bekeek.


Na 2 weken mochten we naar huis. Een lang verhaal kort: Hanne werd beter en bouwde haar medicatie af. Na 2 weken ging de sonde eruit en dronk ze flesjes! Op de laatste dag in het ziekenhuis heb ik haar pas aangelegd. Eerder durfde ik niet. Ze wilden daar graag weten hoeveel Hanne dronk, en ik was bang dat als ik borstvoeding aanbood, ze minder uit de fles nam en ze dan niet mee naar huis mocht.
Thuis ging ons avontuur verder. We gaven flesjes en ik probeerde haar aan te leggen. Dankzij het vele kolven kampte ik met een enorme overproductie: bijna een liter melk per dag voor een baby’tje van 3 weken oud. Ze worstelde zich dapper door mijn toeschietreflex heen, maar kreeg ook veelvuldig last van krampjes en gaf veel melk terug. Ik overlegde met een lactatiekundige. Zet door, was het advies. Als je dit wil, ga er dan voor. Ik modderde wat door met schema’s en om en om flessen en borsten. Was het nou links of rechts? Of een fles? Ik raakte ver van mijn droom verwijderd. Zag borstvoeding geven er zo uit? Deze strijd? En toen stopte ik, met kolven. Ik stopte de flessen en slangetjes en tepelschilden – de hele klimbim- zo in een opbergdoos in de kelder. Ik besloot: als ik wil dat we op elkaar ingespeeld raken dan moet ik me daar zo min mogelijk in mengen. Ik ging op verzoek – vaaaak – aanleggen. Ook in de nacht. We waren zoveel mogelijk bloot (het was dan ook 30 graden, dat scheelde) en ik knuffelde haar wanneer dat maar kon. Het voelde echt alsof ik die twee weken waarin ik haar niet vast had kunnen houden moest inhalen. Bij krampjes ging Hanne direct in de draagzak. En jawel: na twee weken ging het beter. We leerden op elkaar te vertrouwen en Hanne groeide als kool. Het lukte, en nu geef ik al 8 maanden borstvoeding alsof het nooit anders geweest is. Natuurlijk kijk ik terug op pittige tijden, en waren de dalen in het ziekenhuis soms diep. Maar wat ben ik trots dat we het niet opgaven, en wat heb ik veel gehad aan de lieve verpleegkundigen en kinderartsen die het belang van borstvoeding geven onderstreepten en er alles aan deden om mij daarbij te helpen.
Dus voor alle mama’s die geen golden hour hebben gehad, die niet direct konden aanleggen. Voor alle mama’s die kolven en die zich afvragen of ze de overstap naar live voeden nog wel kunnen maken: probeer het! Ga ervoor. Want wie weet lukt het!

Een reactie plaatsen