ELISA

Al voordat ik zwanger was wist ik, ik wil borstvoeding geven. Ik wilde de verbinding met mijn kind, ik wilde de beste voeding geven wat mogelijk was. Ik hoopte lang te kunnen voeden, zeker tot 2 á 3 jaar en heb me hier ook uitgebreid op voorbereid. Cursussen gevolgd, de boeken van Stefan Kleintjes gelezen, social media gevolgd. Het was voor mij heel belangrijk. Mijn verhaal gaat over borstvoeding en hoe anders dit soms kan lopen. Over de rouw die hierbij komt kijken en over hoe je toch heel bewust kunt kiezen voor een ander pad. En hier vrede mee kunt krijgen.

De bevalling van mijn kind begon rustig, vredig, bij mij thuis. Het bevalbad stond klaar en in volle verbinding met mijn partner en met een ongekende rust kwamen en gingen de weeën. Mijn moeder kwam helpen met het bad en af en toe kwam de verloskundige kijken hoe het ging. Na heel wat uren op deze manier doorbrengen met heftig wordende weeën maar geen ontsluiting besloot ik in overleg met de verloskundige om mijn vliezen te breken. Ik hoorde haar “oepsie” zeggen en helaas bleek er meconium in het vruchtwater te zitten. Vanaf dat moment kwam alles in de versnelling. De weeën werden heftiger, ik besloot per direct naar het ziekenhuis te gaan en in het ziekenhuis bleek vrij snel foetale nood en is mijn kind gehaald met een kunstverlossing. Terwijl ik gehecht werd werd mijn zoon beademd. Zuurstoftekort, lage APGAR en zoals later bleek was hij ook dysmatuur. Het gouden uurtje zat er niet in en nadat de rust was wedergekeerd zaten we in een ziekenhuiskamer met een couveuse en een kolf in plaats van vredig aan de borst.

De eerste tijd werden we geleefd. Ik bleef kolven, zoon kreeg parenterale voeding via een infuus in de navelstreng en mocht geen melk (kunst of moeder) omdat er een risico was op NEC (een darmontsteking). De borstvoeding kwam langzaam op gang maar de eerste tekenen van dat er iets geks was kwamen ook. Als er werd gevraagd of er een toeschietreflex was durfde ik dat eigenlijk niet te zeggen. “Voel je al stuwing?” en dan had ik eigenlijk geen idee.

Na een tijdje mocht zoon aan de borst. En dat ging best goed. Het aanhappen ging goed, pijnloos, hij dronk goed en veel. We bleven nog in het ziekenhuis dus we werden goed in de gaten gehouden en de lactatiekundige was al snel betrokken om te ondersteunen. Alleen bleek gauw dat zoon gewicht verloor. En aangezien hij dysmatuur was, was gewichtsverlies echt een risico. Dus kozen we voor bijvoeding en intensieve ondersteuning van de lactatiekundige.

De lactatiekundige bracht toen voor het eerst op dat ze zich zorgen maakte vanwege de vorm van mijn borsten. Wat dat betekende was toen nog niet helemaal duidelijk maar uiteraard ben ik dat gaan uitzoeken op google. En toen kwam ik erachter dat de ongebruikelijke vorm van mijn borsten een naam heeft (tubulaire of tubereuze borsten) en dat 1 van de mogelijke gevolgen daarvan kan zijn dat er onvoldoende melkklierweefsel is om te voeden. Achteraf verklaarde dit waarom mijn borsten nauwelijks groeiden. Waarom er wel een verdikking rondom mijn tepels ontstond bij de melkproductie maar niet in mijn volledige borsten en waarom dus mijn tepels en mijn borsten de vorm hebben die ze hebben. Ik heb een andere lactatiekundige van buiten het ziekenhuis mee laten kijken (zij was ook mijn verloskundige dus kwam regelmatig op bezoek) en zij concludeerde hetzelfde.

Dit nieuws kwam voor mij echt als een klap. Borstvoeding was zo belangrijk voor me. Ik voelde dat ik faalde, als moeder, als vrouw. En alhoewel er natuurlijk goede alternatieven zijn tegenwoordig was het zo ontzettend naar om te realiseren dat ik dus mijn eigen kind niet genoeg kon voeden. 

Tegelijkertijd met het verdriet ontstond ook een enorme drive om er zoveel mogelijk uit te halen. In het ziekenhuis begonnen wij met de eerste stappen van de uiteindelijke routine:

      • Elke voeding start met borstvoeding. Zoon dronk aan beide borsten tot ze leeg waren.

      • Na de borstvoeding werd bijvoeding gegeven van gekolfde melk of kunstvoeding als dat op was en ging ik kolven.

      • Elke dag wegen en het gewicht bepaalde hoeveel bijvoeding nodig was.

      • Al gauw kwam hier het gebruik van domperidon (medicijn dat helpt met melkproductie) en oxytocine-neusspray bij.

      • Ik heb een tijdje geëxperimenteerd met een borstvoedingshulpset maar dat is bij ons nooit een succes geworden. Maar misschien kan dit voor anderen in deze situatie wel een mooie oplossing zijn. Met een borstvoedingshulpset kun je bijvoeding geven aan de borst met behulp van een slangetje.

Toen we thuiskwamen uit het ziekenhuis zijn we op deze voet doorgegaan. Met z’n drieën hebben we een hele goede routine opgebouwd, zowel in de nacht als overdag. Voeden, bijvoeden, kolven. Naast het bed een voorraad voor de nacht in een koeltas met een flessenwarmer erbij die de bijvoeding opwarmde tijdens de borstvoeding. En dankzij een kennis hebben we ook nog een hele tijd gebruik kunnen maken van donormelk. Zij had meerdere vriezers vol die haar helaas zeer zieke kind niet mocht en wij mochten deze melk gebruiken.

Ik heb lang de hoop gehad dat er een punt zou komen dat ik volledig kon voeden. Dat punt is nooit gekomen, eigenlijk is mijn productie constant gebleven en was het op gevoel en op reactie van onze zoon hoeveel we aan bijvoeding gaven. Dit was een vrij consistente groei. Na 10 maanden borstvoeding merkte ik dat de productie eigenlijk steeds verder terugliep. Zoon werd gefrustreerd aan de borst omdat er steeds minder uitkwam. Dit is dan ook het punt geweest dat ik stopte. Ja, met verdriet omdat ik lang wilde voeden maar ook met een enorme trots omdat ik ondanks deze moeilijkheden zolang heb kunnen voeden.

Wat zou ik andere vrouwen met onvoldoende melkklierweefsel adviseren?

      • Ga naar een lactatiekundige. Laat de vorm van je borsten en het melkklierweefsel goed beoordelen zodat je zeker weet dat dit aan de hand is. Het komt namelijk niet heel veel voor!

      • Besluit voor jezelf hoeveel energie je erin wilt steken. Mijn manier van aanpakken was heel mooi, fijn en liefdevol maar ook heel intens.

      • Als je dit traject ook aan wilt gaan, zorg voor een goede kolf (ik had zelf de Horigen) die echt goed bij je tepels past. En een grote dosis domperidon (met advies van lactatiekundige).

      • Steun van je partner is echt noodzakelijk, zeker in de nacht. Maak samen een routine die je kan uitvoeren, koop meerdere flessen en stukken voor je kolf zodat je niet continu in de nacht aan het afwassen bent.

      • De biological nurturing houding werkte bij ons het beste.

• Lees niet teveel social media, de verhalen van “onvoldoende productie komt door verkeerd voeden” en “borstvoeding kan altijd” zijn behoorlijk pijnlijk als je weet dat het bij jou niet anders kan. En ook succesverhalen kunnen moeilijk zijn om te lezen. Tegelijkertijd is die boodschap óók belangrijk al kun je in het moment niet altijd zo ervaren. Dus wees lief voor jezelf en vermijd het als het teveel is.

• Je rouw mag er zijn! Het is verdrietig en rot en daar mag je ook ruimte aan geven.

Een reactie plaatsen