We falen onze kinderen

Deze vakantie heeft me meer beziggehouden dan ik van tevoren had verwacht. Niet alleen door onze eigen vakantie met vijf(!) kinderen, maar vooral door wat ik om me heen zag gebeuren. Ik heb kinderen zien huilen, schreeuwen, instorten en compleet overprikkeld raken. En eerlijk gezegd: daar schrik ik niet van. Kinderen zijn kinderen. Een kind dat na een lange dag op vakantie ineens op de grond ligt te huilen omdat het ijsje in drie seconden is gesmolten, vind ik niet ingewikkeld. Dat hoort erbij.

Waar ik wél van geschrokken ben, is de manier waarop er met die kinderen werd omgegaan.

Hardhandig fysiek ingrijpen, schreeuwen tegen kinderen die duidelijk al volledig over hun grens waren, kinderen die geen ruimte kregen voor hun emoties. Een moeder die in het zwembad volledig uit haar slof schoot omdat haar kind speels wat water op haar rug druppelde. De vader die zo hardhandig met zijn kinderen omging dat wij de manager hebben gesproken van de camping. Het waren allemaal losse momenten, maar bij elkaar begonnen ze iets bij mij los te maken. Ik bleef maar denken: wanneer zijn we als volwassenen zo ver overprikkeld geraakt dat er voor de emoties en behoeften van onze kinderen helemaal geen ruimte meer over is?

En misschien is dat juist zo confronterend omdat wij zelf deze vakantie ook aan die kant van de grens hebben gestaan.

De eerste twee dagen van onze vakantie vroegen mijn man en ik ons serieus af waar we in hemelsnaam aan begonnen waren. Vier kinderen, een lange reis, een andere omgeving, een camping, spullen uitpakken, tent opzetten, warmte, drukte en ondertussen proberen iedereen een beetje tevreden te houden. Het was veel. Voor ons, maar zeker ook voor de jongsten. Het verschil zat hem uiteindelijk niet in het feit dat onze kinderen geen last hadden van al die prikkels. Natuurlijk hadden ze dat. Het verschil zat voor ons in wat we vervolgens deden met die signalen.

Na die eerste twee dagen vonden we langzaam ons ritme. En ineens kwam er rust.

Niet omdat onze kinderen ineens makkelijker werden. Niet omdat ze opeens de hele dag gezellig meedraaiden in het programma. Juist doordat wij ons programma meer gingen aanpassen aan wat zij nodig hadden.

Dus ja, we gingen terug naar de tent voor een dutje. Mega saai. Zeker als je op vakantie bent en eigenlijk denkt: we zijn hier nu, dus we moeten eruit halen wat erin zit. Maar die middagdut bleek belangrijker dan dat leuke uitstapje. En het gevolg? Geen volledig oververmoeid kind dat aan het einde van de middag compleet explodeert. Ook met bedtijd maakten we heel bewust keuzes. We hebben geen feestjes meegepakt. We zijn niet met z’n allen uren op een terras blijven zitten omdat het zo gezellig was. Niet omdat we vinden dat ouders op vakantie niets meer mogen, maar omdat wij inmiddels weten wat er gebeurt wanneer onze jongsten over hun grens heen raken.

En eerlijk gezegd past het gewoon niet bij hoe wij het ouderschap voor ons zien om na een paar drankjes een volledig oververmoeid kind van een terras af te moeten peuteren omdat het daar compleet instort.

Natuurlijk mag je als ouder genieten. Natuurlijk mag je een drankje drinken. Natuurlijk mag je behoefte hebben aan een avond voor jezelf of samen met je partner. Daar is helemaal niets mis mee.

Maar er zit voor mij een verschil tussen rekening houden met de behoeften van je kinderen en verwachten dat je kinderen zich maar aanpassen aan jouw vakantie.

Want wat ik deze vakantie veel zag, was precies dat laatste. Kinderen die na een lange reis, een warme dag, een nieuwe omgeving en uren vol prikkels uiteindelijk volledig instorten. En vervolgens worden ze boos aangekeken omdat ze niet meer gezellig kunnen doen. Een kind dat om 22.00 uur op een terras een tantrum krijgt, is misschien helemaal niet een kind dat zich misdraagt. Misschien is het een kind dat al uren geleden naar bed had gemoeten.

En dat is een ongemakkelijke gedachte, want papa en mama wilden misschien nog even blijven zitten. Nog een drankje. Nog even gezellig praten. Het was tenslotte vakantie.

Maar als je vervolgens boos wordt op je kind omdat het om 22.00 uur niet meer kan functioneren, moeten we misschien ook durven kijken naar onze eigen keuzes.

Wie heeft hier eigenlijk het meest gevraagd? Van het kind dat al de hele dag probeert mee te bewegen met alles wat wij als volwassenen hebben bedacht? Of van de volwassenen die besloten hebben dat het nog wel even moest kunnen? Ik denk hier veel over na omdat kinderen zich vaak helemaal niet anders kunnen uiten dan met gedrag. Een volwassene kan zeggen: “Ik ben moe. Ik heb behoefte aan stilte. Ik trek dit even niet meer.” Een klein kind kan dat soms nog niet. Die wordt huilerig, boos, druk, hangerig of compleet onhandelbaar.

En dan noemen we het een tantrum.

Maar wat als het geen tantrum is die opgelost moet worden? Wat als het een signaal is? Wat als het kind eigenlijk zegt: ik kan dit niet meer verwerken?

Ik denk dat daar een groot probleem zit. We verwachten van kinderen steeds vaker dat ze zich aanpassen aan een wereld die voor volwassenen al ontzettend veel vraagt. Ze moeten stilzitten in een restaurant, uren in de auto, mee naar verjaardagen, winkels, campings en terrassen. Ze moeten wachten, luisteren, delen, slapen wanneer het ons uitkomt en vooral niet te veel emoties laten zien wanneer wij daar geen ruimte voor hebben.

En ondertussen verwachten we dat ze zichzelf leren reguleren.

Maar hoe kunnen we van een kind verwachten dat het zichzelf reguleert wanneer wij als volwassenen zelf volledig overprikkeld zijn?

Misschien is dat wel één van de meest confronterende dingen aan ouderschap. Dat je soms niet alleen naar het gedrag van je kind moet kijken, maar naar de omstandigheden waarin dat gedrag ontstaat. En soms betekent dat dat je jezelf moet aanpassen.

Dat wij na die eerste twee dagen tegen elkaar zeiden: oké, blijkbaar moeten we het anders doen.

Niet meer proberen om alles uit deze vakantie te halen. Niet meer ieder moment benutten. Niet meer denken dat we iets missen wanneer we met een peuter en een dreumes terug naar de tent gaan omdat ze moeten slapen.

Gewoon luisteren naar wat zij nodig hebben.

En gek genoeg kwam daar juist de rust.

Niet alleen bij hen, maar ook bij ons.

Want wanneer je niet de hele tijd een oververmoeid kind hoeft te reguleren, heb je als ouder zelf ook veel meer ruimte over.

Dat betekent niet dat wij het altijd goed doen. Absoluut niet. Wij zijn ook moe. Wij zijn ook overprikkeld. Wij hebben ook momenten waarop onze emmer leeg is en je denkt: als iemand nu nog één keer “mama” zegt, weet ik niet wat er gebeurt.

Het verschil zit voor mij in het bewustzijn dat daar verantwoordelijkheid bij hoort.

Onze kinderen hoeven niet de rekening te betalen voor het feit dat wij volwassen zijn en onze eigen grenzen niet op tijd herkennen.

En dat is misschien wel waarom ik deze vakantie zo geraakt ben door wat ik zag.

Niet omdat ik denk dat andere ouders slecht zijn. Niet omdat ik denk dat wij het perfecte gezin zijn. Maar omdat ik steeds opnieuw zag hoe snel de behoefte van een kind naar de achtergrond verdwijnt wanneer volwassenen zelf over hun grens heen zijn.

En wanneer wij als volwassenen niet meer gereguleerd zijn, zijn het vaak de kleinsten onder ons die dat moeten ontgelden.

Dan wordt een huilend kind irritant.

Een boos kind vervelend.

Een druk kind lastig.

Een kind dat niet wil slapen ongehoorzaam.

Een kind dat grenzen aangeeft brutaal.

Terwijl dat gedrag soms helemaal niet zegt: “Ik wil jullie vakantie verpesten.”

Het zegt misschien gewoon: “Dit is te veel.”

Misschien falen we daar als maatschappij.

Niet omdat ouders hun best niet doen. Volgens mij doen de meeste ouders juist ontzettend hun best. Maar omdat we leven in een maatschappij waarin we kinderen heel veel vragen en vervolgens weinig ruimte laten voor de gevolgen daarvan.

We willen kindvriendelijke campings, restaurants en vakanties, maar ondertussen verwachten we vaak dat kinderen zich gedragen als kleine volwassenen. We willen dat ze mee kunnen in ons leven, zolang ze ons leven maar niet te veel verstoren.

En misschien moeten we daar eerlijker naar kijken.

Want natuurlijk mag een ouder genieten. Natuurlijk mag je op vakantie een drankje drinken. Natuurlijk hoef je niet om 19.00 uur met je kind in de tent te liggen omdat kinderen nu eenmaal kinderen zijn.

Maar je kunt niet altijd beide hebben.

Je kunt niet verwachten dat je kind de hele dag meedraait in jouw vakantieprogramma en vervolgens verbaasd zijn wanneer het ’s avonds volledig instort.

Soms is de keuze gewoon: wij gaan terug naar de tent.

Soms is de keuze: nee, we gaan dat feestje niet meepakken.

Soms is de keuze: jammer dan, we missen dat leuke moment.

En misschien is dat helemaal niet saai.

Misschien ís dat ouderschap.

Je kind helpen dragen wat het zelf nog niet kan dragen. Niet omdat je daarmee al hun emoties voorkomt, maar omdat je ze leert dat hun emoties er mogen zijn.

Deze vakantie heeft me vooral laten nadenken over de vraag die ik mezelf steeds opnieuw stelde:

Wanneer zijn kinderen onze overprikkeling gaan betalen?

Wanneer zijn we gaan verwachten dat zij zich aanpassen aan onze grenzen, terwijl wij zelf verantwoordelijk zijn voor het bewaken daarvan?

En misschien moeten we niet altijd beginnen met de vraag: “Hoe krijgen we dit kind weer rustig?”

Misschien moeten we soms beginnen met:

“Wat heeft dit kind nodig?”

En daarna:

“Wat kan ik hierin aanpassen?”

Want kinderen hoeven niet eerst rustig te worden voordat ze onze zachtheid verdienen.

Juist wanneer ze zichzelf niet meer kunnen reguleren, hebben ze ónze regulatie het hardst nodig.

En misschien begint een kindvriendelijkere maatschappij daar.

Niet bij kinderen die zich beter leren gedragen.

Maar bij volwassenen die bereid zijn om zichzelf af en toe af te vragen:

Is dit wat mijn kind nodig heeft, of is dit vooral wat ík vandaag wil?

Die vraag is soms behoorlijk confronterend.

Maar ik denk dat het een belangrijke vraag is.
Liefs, Gentry

EVELIEN

Grenzen aan mijn lichaam, niet aan mijn liefde 

Iets meer dan vier jaar geleden veranderde mijn leven in een paar seconden.

Tot die tijd was ik gezond. Ik heb een sterk lichaam, sportte veel en was dankbaar voor alles wat ik kon. Mijn lijf was mijn basis.

Het was vrijdag de 13e. Ik fietste naar een vriendin om haar te feliciteren en daarna zou ik door naar mijn sportles. Ik was, zoals wel vaker, een beetje laat en fietste een route die ik al minimaal 100 keer had afgelegd.

Toen ik door groen reed, zag ik vanuit mijn ooghoek een vrachtwagen aankomen rijden. Ik dacht letterlijk; hij stopt, hij stopt, F*CK HIJ STOPT NIET. Ik werd geraakt, vloog over mijn stuur en zag de achterwielen op me af komen.

Wat volgde waren bijna vier maanden in het ziekenhuis en het revalidatiecentrum, dertien operaties en twee jaar intensief revalideren. Ik heb ontzettend veel geluk en ongeluk tegelijk gehad.Op dagelijkse basis ervaar ik nog steeds veel pijn. Ik heb al veel gerouwd om wat ik kwijt ben geraakt, maar de laatste tijd merk ik dat er een nieuw stukje rouw bij is gekomen.

Niet om de grote dingen, maar juist om de “gewone”.

Joris de trap op dragen, hem verschonen, naar bed brengen en bijvoorbeeld even optillen als hij dat nodig heeft. Misschien is het maar goed dat ik hier vóór mijn zwangerschap niet te veel over heb nagedacht, want ik weet niet of ik uit schuldgevoel dan was begonnen aan mijn kinderwens. Ik denk dat iedereen wel herkent dat je het zo graag goed wilt doen, al komt dit natuurlijk ik veel verschillende vormen.

Zonder in angst voor de toekomst te willen leven, vind ik het wel belangrijk om er eerlijk naar te kijken. Want die toekomst is niet vanzelfsprekend. Ik ben ontzettend gelukkig en dankbaar met een gezond en actief kindje. Tegelijkertijd brengt het me ook bij een vraag die ik niet had zien aankomen. Niet alleen of mijn lichaam er voor Joris kan blijven zijn, maar ook of het sterk genoeg is om nog meer kindjes te dragen én de moeder te zijn die ik zo graag wil zijn. Niet alleen tijdens een zwangerschap, maar juist ook in alle jaren daarna, in alle kleine, alledaagse momenten die het moederschap zo mooi maken. 

Waar loop jij als moeder tegen je grenzen aan?

Liefs, Evelien

Maffia.

We hebben weer een artikel dat de schopper in mij heeft getriggerd: de Melkpoedermaffia.

Ik heb me eerder uitgesproken over het gebruik van deze term—alsof we hier te maken hebben met georganiseerde misdaad die mensen vermoordt en laat verdwijnen. Maar toch blijkt dit toch een schrijnend passende benaming. Want ja, ze gaan over lijken.

Na het lezen voelde ik boosheid en erkenning. De drang om te zeggen: “Zie je wel!” Dit stuk laat namelijk exact zien wat Nina en ik al drie jaar proberen duidelijk te maken. Wij zijn natuurlijk maar twee moeders met een klein Instagram-account. Geen journalisten, geen grote mediaplatforms. Maar lieve volgers die er vanaf het begin bij waren: we told you so.

We worden gesaboteerd. Openlijk. En het begint al in de wachtkamer bij de huisarts, loopt door naar de verloskundige, sluipt het ziekenhuis binnen, zit op je voeteinde tijdens je kraamweek en eindigt bij het consultatiebureau met een advies dat je onzeker maakt:

“Het is tijd om kunstvoeding te geven, je baby zit onder de groene lijn.”

En dan hebben ze gewonnen.

Jij voelt je onzeker. Je geeft de fles. Je melkproductie loopt terug. En de wereld om je heen overtuigt je ervan dat je nu “bevrijd” bent van een hel. Want, dames en heren, borstvoeding is het kwaad, toch? Zoals Tielen en Van de Plas het noemen: de hel. Niet feministisch. Het ontneemt je vrijheid.

Alles wat negatief is over borstvoeding mag gezegd worden. Maar zodra jij benoemt dat borstvoeding beter is? Dat het minder moeite kost dan een fles maken? Dan overschrijd je een grens. Dan “respecteer je anderen niet” en “maak je vrouwen belachelijk die zo hard hun best hebben gedaan.”

Maar hoe zit het met onze gevoelens? Met onze baby’s?

Onze kindjes worden systematisch van ons weggehaald, omdat anderen vinden dat dat “beter” is. Maar het is niet beter. Punt. Geen disclaimers, geen verzachtende woorden. Borstvoeding is het beste. Dat betekent niet dat andere keuzes verkeerd zijn, maar het neemt niet weg dat wij gesaboteerd zijn in het maken van die keuzes.

We worden losgeweekt van onze natuurlijke behoefte. Niet omdat ze om onze vrijheid geven. Niet omdat ze denken dat kunstvoeding beter is.

Zewillen geld.

En “ze” doen alles voor geld.

Gentry

Motie.

Beste fractievoorzitters,

We zijn geschrokken van de motie van de leden Tielen en Van der Plas van 5 juni, die 11 juni is geaccepteerd door uw Kamer. Graag stellen we u een andere motie voor, een motie die moeders écht ondersteunt. 

Heeft u het lef de borstvoedingsmotie 2024 in stemming te brengen?

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: vergoed lactatiekundige zorg uit de basisverzekering. Ons voorstel voor een motie vindt u in de bijlage. Hieronder zullen we onderbouwing hiervoor geven.

De nieuwe motie is een goede opvolging van de motie uit 2018

De motie van lid Dik-Faber uit 2018 had als doel moeders die borstvoeding (willen) geven beter te ondersteunen. Uitwerking hiervan was onder andere het beter uitzoeken van de taakverdeling tussen borstvoedingsondersteuning van de jeugdgezondheidszorg en lactatiekundigen. Daarnaast zou er binnen de jeugdgezondheidszorg meer ruimte moeten komen voor voorlichting over borstvoeding.

De cijfers van het Voedingscentrum zijn alarmerend

Deze motie uit 2018 heeft echter geen effect gehad, sterker nog: het staat er met borstvoeding nog slechter voor dan 6 jaar geleden. In 2018 stopte 65% van de moeders vroegtijdig met borstvoeding. In 2024 is dit 71%: twee derde van deze moeders geeft aan dat ze hier teleurgesteld over waren. Als één van de hoofdredenen (34%) geven zij aan dat ze te weinig melkproductie zouden hebben. Dat is een onrealistisch percentage. Iets minder dan 10% van de moeders zijn niet in staat fysiek genoeg melk de produceren voor hun baby. Wat hier ontbreekt: goede, realistische kennis over het voeden van een baby.

Zorg dat jullie de moeders van Nederland écht ondersteunen

Wat wij vaak en veel horen: zorgverleners (van jeugdartsen en -verpleegkundigen, tot verloskundigen en gynaecologen, van huisartsen tot kraamverzorgenden) geven advies dat niet passend is bij borstvoeding. Vaak is het goed bedoeld. Helaas is er bij de opleidingen voor deze zorgverleners slechts enkele uren aandacht voor borstvoeding. Het is niet gek dat zij moeders daarom niet goed kunnen ondersteunen. In Nederland is er echter ook een groep geschoolde experts op het gebied van het voeden van baby’s, met in het bijzonder borstvoeding. Dit zijn de lactatiekundigen. Daarom is het niet meer dan logisch om deze zorg toegankelijk te maken voor alle moeders van Nederland. Dit doen we door de vergoedingen voor deze zorg op te nemen in de basisverzekering.

De motie van 11 juni was betreurenswaardig

Het is triest om te lezen dat er in uw Kamer geaccepteerd wordt dat er zogenaamde druk op ouders ligt om borstvoeding te geven. Dit zonder onderbouwing in cijfers. De druk is er eerder andersom: de ouders die borstvoeding geven zijn in de minderheid en daardoor minder zichtbaar in de maatschappij. De norm is kunstvoeding. Daardoor ligt er veel druk op hen om óf zo snel mogelijk volgens een ‘kunstvoedingsschema’ minder voedingen te geven, waardoor hun productie terugloopt óf om zo snel mogelijk af te bouwen en kunstvoeding te geven.

Ook wordt er in deze motie gewezen op een betere verdeling van zorgtaken bij het geven van kunstvoeding. Dat slaat natuurlijk nergens op. Er zijn meer zorgtaken van het voeden van de baby. De partner kan: luiers verschonen, de was doen, eten koken, afwassen, het huishouden doen, andere kinderen verzorgen, huisdieren verzorgen, etc. etc. 

Daarnaast wordt er in deze motie gesteld dat er weinig tot geen wetenschappelijke onderbouwing is van de voordelen van borstvoeding geven. Dat is klinkklare onzin. Een simpele zoekopdracht binnen wetenschappelijke zoekmachines levert voldoende bewijs op voor de gezondheidsvoordelen van borstvoeding voor moeder én kind op de korte én lange termijn. Daarnaast is het ook bizar om te stellen dat de voeding die ons eigen lichaam maakt, die afgestemd is op de behoefte onze kinderen even geschikt zou zijn als moedermelk die gemaakt wordt voor kalfjes en vervolgens zwaar bewerkt wordt. 

Ja, we zijn blij dat kunstvoeding bestaat. Want in sommige gevallen is het nodig om baby’s te laten groeien, als het voor een moeder echt niet mogelijk is om (genoeg) moedermelk te maken. Maar om te stellen dat moeders onder druk worden gezet door feiten (borstvoeding is de beste voeding) is bizar. Kunstvoeding heeft, ondanks de ethische code van de WHO, zó veel marketingmogelijkheden, waardoor zij moeders steeds vaker en op steeds slinksere wijze overtuigen snel over te stappen naar kunstvoeding. Dat maakt het een oneerlijk speelveld. 

Als u écht voor een vrije keuze staat, moet u ook staan voor een gelijke voorlichting over beide keuzes. Eerlijke informatie over hoe het voeden van een baby natuurlijk verloopt, transparante informatie over de voordelen van borstvoeding én transparante informatie over de nadelen van kunstvoeding.

Wie zijn wij?

Wij zijn Gentry en Nina, moeders, die moeders ondersteunen. Naast ons gezin en onze baan geven we elke week tips en trucs over borstvoeding. Dit doen we via Instagram, via ons platform Open bar. Dit is hard nodig. Dat merken we aan de reacties en de vragen die wij krijgen. Binnen 2 jaar is Open bar gegroeid naar meer dan 2000 moeders die ons volgen. 

Heeft u nog verdere vragen?

Dan vragen we u contact op te nemen via dit e-mailadres. Wij zijn echter moeders die zelf een gezin en een baan hebben. Wij hopen dat u bij de overwegingen om deze motie in stemming te brengen de experts zult raadleggen: de lactatiekundigen.

Met vriendelijke groet,

Gentry Reinink en Nina den Elzen, moeders en oprichters van Instagram borstvoedingsplatform Open bar

GODELIEVE

Je zult je nooit zo nodig voelen, maar ook nooit zo geliefd

Wat is een mooier moment om terug te blikken op een borstvoedingsavontuur, dan wanneer de volgende op het punt staat te beginnen? Niet dat het oude ten einde is overigens. Met een driejarige die het droogdrinken stug heeft volgehouden sinds week 12, stevenen wij af op een tandemavontuur! Weer een nieuwe ervaring met ongetwijfeld z’n eigen uitdagingen en beloningen… Ons plan ligt al helemaal klaar voor één aspect waar we maar al te bekend mee zijn geworden: allergieën en intoleranties via de borstvoeding.

Ik had het voordeel dat borstvoeding voor mij vrij normaal was: zelf had ik het negen maanden gekregen en ik had het voorrecht het van dichtbij te mogen meemaken. Ik wist dus dat ik borstvoeding wilde proberen te geven en had ook een realistisch beeld over de mogelijke uitdagingen, dus werd ik tijdens de zwangerschap een fervent meelezer op de facebookpagina van La Leche League. 

Mijn dochtertje bleek een natuurtalent en hapte binnen tien minuten aan. Misschien een eerste teken van haar doorzettingsvermogen qua ‘mamamelkje’, maar zo makkelijk zou het voor mij niet blijven. Op dag twee was ze erg ontevreden en op aanraden van de kraamhulp kreeg ze een paar keer 10 ml kunstvoeding na. Op dag drie krijste ons meisje alles bij elkaar. Terwijl mijn melk ineens volop op gang  kwamen, had mijn dochtertje – weten we nu – haar eerste allergische reactie op dierlijke melk. Toen de krampjes na de ‘krampjespiek’ ineens weer erger werden in plaats van minder, gingen we op zoek naar verklaringen en kwamen uit op zuivel (want dat at ik normaal weinig doordat ik zelf een intolerantie heb). Koemelkallergie, dus ik liet alle koemelk staan. Wist ik veel dat 92% van de kindjes met KMA ook op geit reageren! Of dat soja eiwitten er zoveel op lijken, dat daar ook vaak reactie op is. Onze zoektocht was begonnen en zou maanden duren. Met 8 maanden vonden we de laatste in het rijtje (denken we). Het lijstje was in die tijd gegroeid naar dierlijke melk, soja, ei, tarwe, sesam en noten. 

Ik kan niet zo goed uitleggen wat het met je doet wanneer je nog niet zeker weet welke zaken je moet mijden en ondertussen nog af en toe een foutje maakt in het bekende rijtje – want ja, zelfs in haar tandpasta bleken dus melk- én ei-eiwitten te zitten! Steeds als er bij mij iets fout ging, had mijn dochtertje pijn. Ze spuugde maandenlang hele golven, ze had heel regelmatig krampjes, sliep overdag vrijwel nooit meer dan een half uur achter elkaar, in de nachten werd ze iedere 45 min – 1,5u wakker, ze kreeg luieruitslag en een vreemd eczeemplekje op haar been… Toen we ons na 4 maanden realiseerden dat er behalve melk, soja en ei nog meer moest zijn waar ze op reageerde, zei ik huilend tegen mijn man: “Ik weet dat borstvoeding juist goed is bij allergieën, maar ik heb steeds als ik haar aanleg het gevoel dat ik haar vergiftig!”. Ik had mijn kolfvoorraad al 3x weg kunnen doen omdat het ‘besmet’ was met iets en had moeite om genoeg te kolven voor op de opvang, ik voelde me zo ontzettend verantwoordelijk voor haar welzijn en schoot voor mijn gevoel steeds te kort.

Waarom drinkt ze dan nog steeds, kort na haar 3e verjaardag en zal ze dat waarschijnlijk blijven doen in de nabije toekomst? Omdat borstvoeding tegelijk onze redding was en zeker vanaf die 8 maanden steeds meer mijn super power werd. Pijn? Moe? Overprikkeld? Wakker in de nacht (x6)?  borst erin en het was weer goed. Via de borstvoeding hebben we allergenen héél geleidelijk kunnen introduceren, zonder belastende provocatietesten in het ziekenhuis. Zeker toen ik rond haar eerste verjaardag stopte met kolven, viel de last van mijn schouders en kon ik oprecht genieten. 

Toen mijn melk door de zwangerschap stilviel, was mijn dochtertje 2,5 en voelde het bitterzoet. Ik kon eindelijk het dieet loslaten*, maar ik was ook bang dat het een plotseling einde zou betekenen voor ons borstvoedingsavontuur. Wat blijkt… die momentjes zijn voor haar net zo waardevol en droogdrinken biedt veel van dezelfde voordelen! 

* tot ik over een week op preventief dieet ga voor melk, soja en ei. En dan maar duimen dat het introduceren na de krampjespiek gewoon probleemloos verloopt 🤞

JASMIJN

FLES-FLES-BORST

Drie kids waarvan, je raad het al, twee keer een fles en nu een kindje wat borstvoeding krijgt. Wat een verschil kan ik wel vertellen. Eerste keer fles werd in het ziekenhuis na een redelijk lange-medische-manbeniknogmens-bevalling niet gevraagd wat we wilde maar kreeg de fles. En ik dacht dat is het dan. Punt.


Kindje twee, ik wilde wel graag de borst proberen maar ja, op dag twee nog niets en kindje schreeuwde van de honger (meningen van derde) dus voor de rust en mega gestreste man ‘ach nummer 1 was ook met een fles groot gekomen’ dus nummer twee dat was het dan.

En wat een werk is een flesje, “het je kan zomaar weg” nou echt niet. Minimaal een half uur voorbereiding checken of je alles bij je hebt. Je blijft een mama brein hebben. Uitkoken, schoonmaken, houdbaarheid checken, scherp zijn op hoeveelheden. Maar vooral de klok, ja kind ook al schreeuw je van de honger het kan niet en mag niet. Wiegen, lopen, sussen. ‘Ooooooo er zit maar een halve fles in hoe gaan we dat doen’. Je kan het niet te lang bewaren en koud drinken ze het niet. Steeds meer en steeds grotere speen want we moeten mee in het schema en de curve. Ik werd gek van het gereken en uitkienen en het vooral goed doen.

Kindje nummer 3. Mijn baby balans. Mijn bevalling wilde ik graag anders en op mijn voorwaarde, check! Borstvoeding meer aandacht geven en een oprechte poging geven. Vooral man uitgelegd hoe ik erin stond en wat de vorige keren voor mij betekende. En ik het nu echt graag wilde ook omdat ik 100% zeker wist dat baby Balans de laatste is in ons gezin. Kraambureau wat wilt u geven borst of fles. Borst. Oké maar wij willen dat u toch flesjes en voeding in huis haalt. En ik zei trots en zelfverzekerd nee dat gaan we niet doen. Waarop er verbaasd gereageerd werd. Ik zei binnen 15 min kan alles hier op tafel staan en als ik het van te voren in huis heb dan is de kans groot dat ik spijt krijg. Na wat goed bedoelde adviezen zei ze oké ik ben akkoord. Waarop ik aangaf dat dat heel fijn was voor haar gemoedsrust.

En daar begon het avontuur. Baby balans geboren en alles wat je kan bedenken kwam voorbij, te vlakke tepel, geen productie, niet juist aanhappen, te korte tongriem ( was niet zo, was een onderontwikkelde kaakspier) vaatvernauwing, en vooral het enorme afvallen van baby balans. En diep in mij voelde ik wat ik bij mijn andere kids ook voelde, dit komt goed wij kennen elkaar al. En man wat is dat anders. Geen geschreeuw en gekrijs om honger. Aanleggen overal en altijd wanneer het kan. Zelf zo de deur uit uiteraard wel met baby. Geen afwas tot in de hemel. En vooral helemaal afgestemd zijn op je kindje. Signalen zien herkennen en direct op in spelen.

Ik zou iedere mama die denk ‘ooooo wat is dit!’ willen vertellen, hou het vol. Het begin is geen pretje eerlijk is eerlijk. Maar de non verbale communicatie en je kind kunnen lezen is zoveel waard. Ook hersteld mijn eigen lijf vele malen beter dan hiervoor. Een flesje in de nacht is 10 keer zwaarder dan een borst. Omdat je zelf weer in slaap valt. En mijn baby Balans wil echt niet bij ons op de kamer slapen dus ook dat is geen must. Mama’s denk met je hart wat je wilt, doe wat je wenst en niet wat de maatschappij van je verwacht ❤️

ELISA

Al voordat ik zwanger was wist ik, ik wil borstvoeding geven. Ik wilde de verbinding met mijn kind, ik wilde de beste voeding geven wat mogelijk was. Ik hoopte lang te kunnen voeden, zeker tot 2 á 3 jaar en heb me hier ook uitgebreid op voorbereid. Cursussen gevolgd, de boeken van Stefan Kleintjes gelezen, social media gevolgd. Het was voor mij heel belangrijk. Mijn verhaal gaat over borstvoeding en hoe anders dit soms kan lopen. Over de rouw die hierbij komt kijken en over hoe je toch heel bewust kunt kiezen voor een ander pad. En hier vrede mee kunt krijgen.

De bevalling van mijn kind begon rustig, vredig, bij mij thuis. Het bevalbad stond klaar en in volle verbinding met mijn partner en met een ongekende rust kwamen en gingen de weeën. Mijn moeder kwam helpen met het bad en af en toe kwam de verloskundige kijken hoe het ging. Na heel wat uren op deze manier doorbrengen met heftig wordende weeën maar geen ontsluiting besloot ik in overleg met de verloskundige om mijn vliezen te breken. Ik hoorde haar “oepsie” zeggen en helaas bleek er meconium in het vruchtwater te zitten. Vanaf dat moment kwam alles in de versnelling. De weeën werden heftiger, ik besloot per direct naar het ziekenhuis te gaan en in het ziekenhuis bleek vrij snel foetale nood en is mijn kind gehaald met een kunstverlossing. Terwijl ik gehecht werd werd mijn zoon beademd. Zuurstoftekort, lage APGAR en zoals later bleek was hij ook dysmatuur. Het gouden uurtje zat er niet in en nadat de rust was wedergekeerd zaten we in een ziekenhuiskamer met een couveuse en een kolf in plaats van vredig aan de borst.

De eerste tijd werden we geleefd. Ik bleef kolven, zoon kreeg parenterale voeding via een infuus in de navelstreng en mocht geen melk (kunst of moeder) omdat er een risico was op NEC (een darmontsteking). De borstvoeding kwam langzaam op gang maar de eerste tekenen van dat er iets geks was kwamen ook. Als er werd gevraagd of er een toeschietreflex was durfde ik dat eigenlijk niet te zeggen. “Voel je al stuwing?” en dan had ik eigenlijk geen idee.

Na een tijdje mocht zoon aan de borst. En dat ging best goed. Het aanhappen ging goed, pijnloos, hij dronk goed en veel. We bleven nog in het ziekenhuis dus we werden goed in de gaten gehouden en de lactatiekundige was al snel betrokken om te ondersteunen. Alleen bleek gauw dat zoon gewicht verloor. En aangezien hij dysmatuur was, was gewichtsverlies echt een risico. Dus kozen we voor bijvoeding en intensieve ondersteuning van de lactatiekundige.

De lactatiekundige bracht toen voor het eerst op dat ze zich zorgen maakte vanwege de vorm van mijn borsten. Wat dat betekende was toen nog niet helemaal duidelijk maar uiteraard ben ik dat gaan uitzoeken op google. En toen kwam ik erachter dat de ongebruikelijke vorm van mijn borsten een naam heeft (tubulaire of tubereuze borsten) en dat 1 van de mogelijke gevolgen daarvan kan zijn dat er onvoldoende melkklierweefsel is om te voeden. Achteraf verklaarde dit waarom mijn borsten nauwelijks groeiden. Waarom er wel een verdikking rondom mijn tepels ontstond bij de melkproductie maar niet in mijn volledige borsten en waarom dus mijn tepels en mijn borsten de vorm hebben die ze hebben. Ik heb een andere lactatiekundige van buiten het ziekenhuis mee laten kijken (zij was ook mijn verloskundige dus kwam regelmatig op bezoek) en zij concludeerde hetzelfde.

Dit nieuws kwam voor mij echt als een klap. Borstvoeding was zo belangrijk voor me. Ik voelde dat ik faalde, als moeder, als vrouw. En alhoewel er natuurlijk goede alternatieven zijn tegenwoordig was het zo ontzettend naar om te realiseren dat ik dus mijn eigen kind niet genoeg kon voeden. 

Tegelijkertijd met het verdriet ontstond ook een enorme drive om er zoveel mogelijk uit te halen. In het ziekenhuis begonnen wij met de eerste stappen van de uiteindelijke routine:

      • Elke voeding start met borstvoeding. Zoon dronk aan beide borsten tot ze leeg waren.

      • Na de borstvoeding werd bijvoeding gegeven van gekolfde melk of kunstvoeding als dat op was en ging ik kolven.

      • Elke dag wegen en het gewicht bepaalde hoeveel bijvoeding nodig was.

      • Al gauw kwam hier het gebruik van domperidon (medicijn dat helpt met melkproductie) en oxytocine-neusspray bij.

      • Ik heb een tijdje geëxperimenteerd met een borstvoedingshulpset maar dat is bij ons nooit een succes geworden. Maar misschien kan dit voor anderen in deze situatie wel een mooie oplossing zijn. Met een borstvoedingshulpset kun je bijvoeding geven aan de borst met behulp van een slangetje.

Toen we thuiskwamen uit het ziekenhuis zijn we op deze voet doorgegaan. Met z’n drieën hebben we een hele goede routine opgebouwd, zowel in de nacht als overdag. Voeden, bijvoeden, kolven. Naast het bed een voorraad voor de nacht in een koeltas met een flessenwarmer erbij die de bijvoeding opwarmde tijdens de borstvoeding. En dankzij een kennis hebben we ook nog een hele tijd gebruik kunnen maken van donormelk. Zij had meerdere vriezers vol die haar helaas zeer zieke kind niet mocht en wij mochten deze melk gebruiken.

Ik heb lang de hoop gehad dat er een punt zou komen dat ik volledig kon voeden. Dat punt is nooit gekomen, eigenlijk is mijn productie constant gebleven en was het op gevoel en op reactie van onze zoon hoeveel we aan bijvoeding gaven. Dit was een vrij consistente groei. Na 10 maanden borstvoeding merkte ik dat de productie eigenlijk steeds verder terugliep. Zoon werd gefrustreerd aan de borst omdat er steeds minder uitkwam. Dit is dan ook het punt geweest dat ik stopte. Ja, met verdriet omdat ik lang wilde voeden maar ook met een enorme trots omdat ik ondanks deze moeilijkheden zolang heb kunnen voeden.

Wat zou ik andere vrouwen met onvoldoende melkklierweefsel adviseren?

      • Ga naar een lactatiekundige. Laat de vorm van je borsten en het melkklierweefsel goed beoordelen zodat je zeker weet dat dit aan de hand is. Het komt namelijk niet heel veel voor!

      • Besluit voor jezelf hoeveel energie je erin wilt steken. Mijn manier van aanpakken was heel mooi, fijn en liefdevol maar ook heel intens.

      • Als je dit traject ook aan wilt gaan, zorg voor een goede kolf (ik had zelf de Horigen) die echt goed bij je tepels past. En een grote dosis domperidon (met advies van lactatiekundige).

      • Steun van je partner is echt noodzakelijk, zeker in de nacht. Maak samen een routine die je kan uitvoeren, koop meerdere flessen en stukken voor je kolf zodat je niet continu in de nacht aan het afwassen bent.

      • De biological nurturing houding werkte bij ons het beste.

• Lees niet teveel social media, de verhalen van “onvoldoende productie komt door verkeerd voeden” en “borstvoeding kan altijd” zijn behoorlijk pijnlijk als je weet dat het bij jou niet anders kan. En ook succesverhalen kunnen moeilijk zijn om te lezen. Tegelijkertijd is die boodschap óók belangrijk al kun je in het moment niet altijd zo ervaren. Dus wees lief voor jezelf en vermijd het als het teveel is.

• Je rouw mag er zijn! Het is verdrietig en rot en daar mag je ook ruimte aan geven.

Borstvoedingmaffia

Afgelopen week stond ik met een klein interview in de VROUW. Hartstikke leuk om te doen, vooral omdat het ging over tegenpolen van elkaar. Geen wedstrijd, geen wat is beter. Gewoon een: zij doet het zo en zo doet zij het. De gigantische negatieve emoties die een stuk over borstvoeding toch weer oproepen blijven mij verbazen. Ik ben kennelijk lid van de borstvoedingmaffia, een betweter en ik druk mijn geluk in het gezicht van moeders die òf geen succesvol bv avontuur hebben ervaren òf ik bekritiseerde moeders die de fles geven.

Dit is natuurlijk allebei niet waar. Ik ben gewoon trots en gelukkig met mijn leven en mijn keuzes. En ik denk dat we allemaal eens moeten realiseren dat ook dat gedeeld mag worden zonder dat je er bij moet zetten dat een ander pad ook goed is. Die erkenning moet je namelijk bij jezelf zoeken en niet in een post van een vreemde online. ‘Ja maar je moet benoemen dat een happy moeder en dus flesvoeding net zo goed is’

Nee hoor. Dat moet ik niet. Flesvoeding is namelijk niet hetzelfde als borstvoeding. En nee, ook niet even goed. Het is geen foute keuze, het is niet slecht. Ik hoef alleen niet onder elke post te zetten ‘maar de fles is ook goed hoor’ die affirmatie zoek je dan op de verkeerde plek. En wanneer je baalt van je keuze, verdrietig bent om wat is mislukt, of dat je dingen leert die je achteraf anders had willen doen.. Zijn nooit een reden om lelijk te doen tegen een ander. Dit is een jou probleem die jij met jezelf moet oplossen. Ook ik heb moeilijke momenten gehad en ook ik weet hoe verdrietig situaties kunnen zijn. Toch heb ik nog nooit als (voorheen) gescheiden vrouw tegen een vrouw met fijne partner geschreeuwd ‘ja maar de moeders die gescheiden zijn, zijn ook goeie moeders!!! Je kwetst mijn gevoelens omdat jij wel een partner hebt!!

Je leest hier dingen op een pro borstvoeding pagina van twee enthousiaste moeders die nooit een moeder om haar keuze zou veroordelen. We delen inmiddels veel meer dan alleen borstvoedingsinformatie en daar ben ik mega trots op. Waar ik alleen soms wat van baal is de verwachting dat wij de onzekerheden van een ander moeten sussen door onze boodschap aan te passen. Dit klinkt misschien wat hard maar ik denk dat veel vrouwen niet doorhebben hoe akelig ze naar anderen doen online. Ik veracht ook elk provocerend artikel van kek mama, met alle “loedermoeder” reacties er bij. Doe toch eens wat rustig onderling. De haat is echt ongekend. Die haat zie ik trouwens niet naar de moeder naast mij op de bladzijde die flesvoeding geeft en dat voelt, als uitgeroepen lid van de borstvoedingmaffia toch vrij bijzonder. Gezien wij, als ik naar de vrouwen op Facebook moet luisteren, het pure kwaad op aarde zijn en gemeen zijn naar ALLE moeders die geen borstvoeding geven.

Bijzonder.

Opvoeden doe je niet even

Er is uitgebreid gezocht naar de beste kinderwagen, naar het beste matras, babyfoon etc. We weten elke week van de zwangerschap of de baby net zo groot is als een pruim of kuikentje, welke kaas niet veilig is en hoeveel gewicht we mogen dragen. Boeken over opvoeding? Zijn dat niet oude stoffige boeken in een bieb die je gebruikt als huiswerk? Dat heb je toch niet nodig?

Hoe komt het dat we als ouders die verdieping niet opzoeken? Geen verwijt, ik ben de eerste jaren compleet onwetend door de jaren heen gekropen. Waarom dompelen we ons niet onder met informatie over voeding, slaap gedrag, huilgedrag, eetgedrag etc. Ik vraag mij inmiddels ook af waarom je als aanstaande ouders niet gaat opzoeken welke opvoedstijl of opvattingen rondom het grootbrengen van kinderen bij je past. Meestal worden ouders hier pas bewust van na hun eerste kindje, want gaandeweg ontdekken we tijdens het opvoeden wat werkt, waar je tegen aan loopt, wat niet bij je past en waar we tijdens de tropenjaren keiharde ruzie over krijgen. 

Dit klinkt echt naar maar je eerste kind is je “test” kind, het kind wat je doet realiseren dat een kind krijgen echt niet zomaar gaat, echt niet makkelijk is en heel veel van je vraagt. Voor de ene ouder DE reden om er nooit meer aan te beginnen en voor de ander een opening in zichzelf die een kant naar voren haalt wat niemand ooit heeft gezien. Wat ik na twee pubers en een baby wel weet, is dat “ff een kind krijgen” je keihard op je plek zet. Dit is niet wat je eventjes doet. Je moet er klaar voor zijn om jezelf op te offeren. En echt op elk vlak. Hiervoor ontvang je onvoorwaardelijke liefde terug. Een kleine mini versie van jezelf die jou ziet als een superheld. En hopelijk, wanneer het even meezit een puber die heeft geleerd om emoties te reguleren en zonder trauma’s door het leven zweet. 

Ik heb het opvoeden de eerste jaren als iets heel zwaars ervaren, mede door mijn leeftijd (voor de nieuwe lezer, ik was 16 toen ik beviel van mijn oudste zoon) en door de omstandigheden waarin ik, helaas, twee kinderen heb groot gebracht. Jaren lang heb ik door het ouderschap en leven mijn weg weten te worstelen, fouten gemaakt, het opgegeven, het opgepakt, het uitgeprobeerd en weer opnieuw. Ik zal de eerste zijn die zal toegeven dat ik fouten heb gemaakt, fouten die ook nu nog het nodige effect hebben op het leven van mijn kinderen. Werk ik de afgelopen 6 jaar inmiddels keihard aan mijzelf om ze alles te geven, grijp elk handvat, spring in op elke hulpvraag om ze de beste versies van zichzelf te laten worden? Ook ja. Ik deed in de laatste 10 jaar om precies te zijn 4 opleidingen, volgde elke aangeboden cursus over opvoeding, Autisme, ADHD, slaaptraining etc. Volgde meerdere scholingen over gedragsproblematiek en begeleiden met beperkingen en begon recent opnieuw een opleiding en cursus. Deze investering was 10% voor mijzelf en 90% om een beter mens te zijn voor mijn kinderen. Cyclussen te doorbreken en ze alles te geven. Zorgt dit er voor dat onze recente nieuwkomer daardoor een misschien overdreven overdachte opvoeding krijgt? Misschien. Weet ik daardoor dat wat ik doe, goed is voor ons kind? Ja. Geen twijfel over mogelijk. Deze ervaringen, studies, onderzoeken en tips wil ik niet alleen voor mezelf houden. Iedereen heeft recht op hulp, elk mens heeft recht op een opvoeding die er voor zorgt dat dat kleine huilende babytje uiteindelijk mentaal een gelukkige volwassene kan zijn. Nee, ik denk absoluut niet dat ik alles beter weet en dat ik het wiel heb uitgevonden. Wel heb ik in de meest ondenkbare situaties twee kinderen groot gebracht, dus dat ik enigszins weet waar ik het over heb mag een feit zijn. 

Mocht je nou de afgelopen dagen met je handen in je haren hebben gezeten omdat de baby niet wil slapen, omdat je kinderen ALWEER ziek zijn, je het gevoel hebt dat niets werkt? Weet dat alle slechte momenten voorbij gaan en daarbij helaas alle mooie momenten nog sneller. De tijd is een dief en mensen echt, voor je het weet zijn ze 18 en gaan ze de zomervakantie werken voor hun rijbewijs. De dagen zijn lang maar de jaren kort. Hou ze nog even goed vast, koester ze, heb ze lief. En gun jezelf wat rust. Stap 1 voor die rust? Verscheur je OEI ik groei lijstje met sprongen en donderwolken. Trust me. 

Liefs!

KRISTA


Toen ik zwanger was wist ik het wel: ik zag een zo natuurlijk mogelijke bevalling voor me – inclusief bevalbad, kaarsjes en een met zorg samengestelde playlist – en daarna wilde ik dan ook heel graag borstvoeding gaan geven. Als dat lukt, voegde ik er altijd aan toe, want ik wilde uiteraard niets jinxen. Ik las me in en keek ernaar uit: ons eerste kindje!
Na 41.5 maand werd Hanne geboren. In het ziekenhuis, met een knip. Ik had al een aantal dagen regelmatige weeën gehad en was op dat moment allang blij dat ze er eindelijk was. Helaas bleek mijn bevalling pas het begin van ons ziekenhuisavontuur. Bij de geboorte ademde Hanne meconiumhoudend vruchtwater in en ontwikkelde MAS: Meconium Aspiration Syndrome. Dit zorgde onder andere voor een fikse longontsteking, en zo belandde ons piepkleine meisje op de neonatologie. Hier lag zij onder totale anesthesie, volledig stil aan de beademing. Ook kreeg ze een sonde. En kunstvoeding. Toen ik na de bevalling zonder kindje op de kraamafdeling terecht kwam fluisterde een meelevende schat van een verpleegkundige: “Als je borstvoeding wil gaan geven moet je eigenlijk nu wel beginnen met kolven.”
Het was 04:00 uur in de ochtend en ik had na pak ‘m beet 3 dagen bevallen geen baby in mijn armen. Ik had 1.7 liter bloed verloren tijdens de bevalling én had mijn eerste ambulanceritje ooit gemaakt. En toch: daar gingen we.
Ik maakte kennis met het eentonige doch ergens ook troostrijke gezoem van de toepasselijk genaamde Medela Symphony. Elke 3 uur kolven. De colostrum opzuigen met een spuitje. En elke keer als het weer ietsjes meer was vol trots in de rolstoel (met geïmproviseerd kussen op de zitting en met een zelfbedacht ophangsysteem voor mijn katheterzak…) op naar de neonatologie, waar de melk vol blijdschap in ontvangst genomen werd! Iedereen steunde me enorm, en al na 2 dagen kon Hanne volledig gevoed worden met mijn eigen voeding.
Ik was zo trots, en tegelijkertijd voelde ik me ook wanhopig: dit was het enige wat ik voor haar kon doen. Was het wel goed genoeg? De verpleegkundigen drukte me telkens weer op het hart dat ik het fantastisch deed. Dat hielp.
In de nachten strompelde ik over de verlaten gangen van het ziekenhuis om die vermaledijde Symphony weer van stal te trekken. Ik zat dan midden in de nacht vaak huilend te kolven, met warme doeken onder mijn shirt om de toeschietreflex op te wekken. Mijn man maakte speciaal voor dit doel een filmpje van ons kindje, wat ik keer op keer bekeek.


Na 2 weken mochten we naar huis. Een lang verhaal kort: Hanne werd beter en bouwde haar medicatie af. Na 2 weken ging de sonde eruit en dronk ze flesjes! Op de laatste dag in het ziekenhuis heb ik haar pas aangelegd. Eerder durfde ik niet. Ze wilden daar graag weten hoeveel Hanne dronk, en ik was bang dat als ik borstvoeding aanbood, ze minder uit de fles nam en ze dan niet mee naar huis mocht.
Thuis ging ons avontuur verder. We gaven flesjes en ik probeerde haar aan te leggen. Dankzij het vele kolven kampte ik met een enorme overproductie: bijna een liter melk per dag voor een baby’tje van 3 weken oud. Ze worstelde zich dapper door mijn toeschietreflex heen, maar kreeg ook veelvuldig last van krampjes en gaf veel melk terug. Ik overlegde met een lactatiekundige. Zet door, was het advies. Als je dit wil, ga er dan voor. Ik modderde wat door met schema’s en om en om flessen en borsten. Was het nou links of rechts? Of een fles? Ik raakte ver van mijn droom verwijderd. Zag borstvoeding geven er zo uit? Deze strijd? En toen stopte ik, met kolven. Ik stopte de flessen en slangetjes en tepelschilden – de hele klimbim- zo in een opbergdoos in de kelder. Ik besloot: als ik wil dat we op elkaar ingespeeld raken dan moet ik me daar zo min mogelijk in mengen. Ik ging op verzoek – vaaaak – aanleggen. Ook in de nacht. We waren zoveel mogelijk bloot (het was dan ook 30 graden, dat scheelde) en ik knuffelde haar wanneer dat maar kon. Het voelde echt alsof ik die twee weken waarin ik haar niet vast had kunnen houden moest inhalen. Bij krampjes ging Hanne direct in de draagzak. En jawel: na twee weken ging het beter. We leerden op elkaar te vertrouwen en Hanne groeide als kool. Het lukte, en nu geef ik al 8 maanden borstvoeding alsof het nooit anders geweest is. Natuurlijk kijk ik terug op pittige tijden, en waren de dalen in het ziekenhuis soms diep. Maar wat ben ik trots dat we het niet opgaven, en wat heb ik veel gehad aan de lieve verpleegkundigen en kinderartsen die het belang van borstvoeding geven onderstreepten en er alles aan deden om mij daarbij te helpen.
Dus voor alle mama’s die geen golden hour hebben gehad, die niet direct konden aanleggen. Voor alle mama’s die kolven en die zich afvragen of ze de overstap naar live voeden nog wel kunnen maken: probeer het! Ga ervoor. Want wie weet lukt het!